Intro populaire middelen

Intro populaire middelen

Chems zijn grofweg onder te verdelen in drie verschillende groepen:

  • Uppers (stimulerend)
  • Downers (verdovend)
  • Trippers (geestverruimend)

Werking

Uppers werken stimulerend, geven veel energie/focus en verhogen de alertheid en het zelfvertrouwen. Gebruik versnelt de hartslag, ademhaling en bloeddruk, veroorzaakt spier- en kaakspanning (knarsetanden) en vermindert de eetlust. Populaire uppers zijn cocaïne, crystal meth (tina), 3-MMC/3-CMC, mefedron en andere designerdrugs, speed, crack en xtc/MDMA.

Downers werken verdovend, kalmerend, ontspannend, maken rustig en euforisch en verminderen angstgevoelens. Gebruik vertraagt de hartslag, ademhaling en bloeddruk, veroorzaakt spierontspanning en trager werkende zintuigen. Populaire downers zijn alcohol, cannabis, GHB/GBL en kalmerings- en slaapmiddelen.

Trippers zijn bewustzijnsveranderende middelen die de stemming en waarneming sterk beïnvloeden. Gebruik geeft zelfinzicht, versterkt de omgevingswaarneming, soms met religieuze of spirituele effecten. Trippers verhogen de bloeddruk en hartslag lichtelijk. Populaire trippers zijn xtc/MDMA, LSD, paddo’s, truffels, ketamine en 2C-B.

Sommige chems vallen onder twee groepen, zoals xtc/MDMA, die zowel een stimulerend als trippend effect kan geven. Cannabis werkt verdovend (stoned), maar kan lichamelijk licht stimulerende en in hoge doseringen bewustzijnsveranderende effecten geven. Alcohol is een downer, maar bij lage dosis juist licht activerend.

Effect

Het effect van een middel is afhankelijk van meerdere factoren en onder te verdelen in het soort middel (drug), de persoonlijke conditie (set) en omgeving waarin wordt gebruikt (setting).

 

Middel (drug)

Het effect van een middel wordt medebepaald door de:

  • Kwaliteit en zuiverheid (versnijdingsmiddelen/vulstoffen). Weet wat je gebruikt. Laat je drugs gratis en anoniem testen bij een testservice bij jou in de buurt.
  • Gebruikservaring (tolerantie)
  • Gebruiksfrequentie
  • Toedieningswijze (link gebruikstechieken) 

Gebruiker (set)

Het effect van drugs kan ook te maken hebben met de persoonlijke omstandigheden.

Denk daarbij aan de:

  • Gemoedtoestand
  • Verwachtingen
  • Lichamelijke conditie
  • Kleding (warm/koud)
  • Voeding- en vochtinname (vooraf/tijdens gebruik)

Omgeving (setting)

Ook de gebruiksplek kan invloed hebben op het effect van de genomen chem(s).

Denk daarbij aan:

  • Gebruiksklimaat (koud, warm, vochtig)
  • Mate van drukte
  • Mogelijke support (als er iets misgaat)
  • De vertrouwdheid/bekendheid
  • Alleen of samen gebruiken (met bekenden of vreemden)

Toedieningswijzen

Er zijn verschillende manieren om drugs in te nemen. De wijze van gebruik bepaalt hoe snel de drug inslaat en het gewenste effect geeft.   

  • Snuiven: enkele minuten 
  • Slikken (oraal, eten): 30-90 minuten 
  • Roken/chinezen/basen: 7-10 seconden 
  • Booty bumpen/pluggen/rectaal: 15-20 minuten 
  • Slammen/spuiten/injecteren:
    • intraveneus (in ader): 15-30 seconden
    • intramusculair (in spier): 3-5 minuten 

Voor meer info over de toedieningswijze en gebruikstechnieken, kijk bij gebruikstechnieken (link)